In de architectuur zijn de termen ‘duurzaam bouwen’ en ‘circulair bouwen’ inmiddels heel gangbaar. Ze worden vaak door elkaar gebruikt, maar het zijn geen synoniemen. Ze hebben weliswaar hetzelfde doel – het verminderen van onze ecologische voetafdruk – maar hun focus en aanpak verschillen. In dit blogartikel gaan we dieper in op wat deze concepten inhouden en hoe ze elkaar aanvullen.
Duurzaam bouwen: een brede kijk op milieu en mens
Duurzaam bouwen is het overkoepelende concept. Het draait om het ontwerpen, bouwen en beheren van gebouwen op een manier die rekening houdt met de impact op het milieu, de economie en de maatschappij – gedurende de hele levenscyclus van een gebouw.
Dit omvat onder andere het minimaliseren van energieverbruik voor verwarming, koeling en verlichting door middel van isolatie, zonnepanelen en slimme installaties. Ook het creëren van een gezond binnenklimaat is belangrijk: met voldoende daglicht, goede ventilatie en vrij van schadelijke stoffen. Efficiënt omgaan met water, bijvoorbeeld door regenwateropvang en waterbesparende installaties, is ook een onderdeel. En ten slotte gaat het ook over het ontwerpen van flexibele en aanpasbare gebouwen, zodat ze langer meegaan en minder snel gesloopt hoeven te worden.
Duurzaam bouwen is dus een holistische benadering die de totale milieuprestatie van een gebouw verbetert gedurende de hele levenscyclus, van het moment dat de materialen worden gewonnen tot de uiteindelijke sloop.
Circulair bouwen: de kringloop sluiten
Circulair bouwen is een specifieke strategie binnen duurzaam bouwen, geïnspireerd op de principes van de circulaire economie. De kern is het tegengaan van afval en het maximaal benutten van grondstoffen. Het idee is om producten en materialen zo lang mogelijk in de economische kringloop te houden. Dit betekent minder nieuwe materialen gebruiken en slim ontwerpen om verspilling te beperken. In de bouw gaat het bijvoorbeeld om het direct hergebruiken van bestaande bouwcomponenten in nieuwe projecten, denk aan bakstenen, kozijnen of zelfs hele modules die van het ene naar het andere gebouw verhuizen.
Als hergebruik niet mogelijk is, worden materialen zodanig gerecycled dat ze hun waarde behouden of zelfs verbeteren. Ook belangrijk is de keuze voor materialen zoals hout of bamboe. Deze materialen groeien snel weer aan en kunnen na gebruik terugkeren naar de biologische kringloop. Tot slot gaat circulair bouwen ook over het dusdanig ontwerpen van gebouwen dat ze eenvoudig uit elkaar gehaald kunnen worden, zodat materialen en componenten gemakkelijk ‘geoogst’ kunnen worden voor hergebruik.
Waar duurzaam en circulair samenkomen
Het verschil is duidelijk: duurzaam bouwen is de paraplu, circulair bouwen is een essentieel onderdeel ervan. Je kunt duurzaam bouwen zonder volledig circulair te zijn, bijvoorbeeld door enkel te focussen op energiezuinigheid, maar echt circulair bouwen is altijd duurzaam.
De overlap zit in het streven naar een minimale ecologische voetafdruk. Circulair bouwen draagt direct bij aan duurzaamheid door de vraag naar nieuwe grondstoffen te verminderen, afval te minimaliseren en de CO2-uitstoot van productieprocessen te verlagen.
In een wereld waarin grondstoffen schaarser worden en de druk op onze planeet toeneemt, zijn zowel duurzaam als circulair bouwen onmisbaar. Onder andere architecten in Rotterdam streven ernaar om een ‘positieve footprint’ achter te laten met hun gebouwen. Door duurzaam en circulair bouwen samen te omarmen, bouwen we aan een toekomst waarin onze gebouwen niet alleen functioneel en mooi zijn, maar ook in harmonie leven met de natuurlijke omgeving.
